De revolutie van de systeemcamera’s

Fotografie leeft! Het aantal foto’s dat we met z’n allen maken stijgt ieder jaar explosief. 
We leggen ons hele leven vast op beeld en delen het op Facebook, Twitter, Flickr en Instagram. De technologische hoogstandjes in de huidige smartphones gecombineerd met hun steeds betere camera’s stellen ons in staat om alles voor eeuwig vast te leggen, waar dan ook. De camera’s in onze mobieltjes geven ons ongekende mogelijkheden tot enige ergernis van een grote groep camerafabrikanten. Het aantal verkochte camera’s daalt de laatste jaren fors. Met name de compact camera’s, maar ook de digitale spiegelreflexcamera’s hebben het moeilijk en kunnen de dalende trend maar niet doorbreken. Gebrek aan innovatie wordt dikwijls door critici aangehaald als voornaamste reden. Is er dan helemaal geen positieve beweging meer in de cameramarkt? Jazeker wel! De systeemcamera’s veroorzaken inmiddels een ware revolutie. Sommige overtreffen zelfs in kwaliteit menig digitale spiegelreflex. Een interessante ontwikkeling. Hoe ziet de wereld van de systeemcamera er nu eigenlijk uit?

De eerste systeemcamera’s

De eerste systeemcamera dook al op in 2004, de Epson R-D1 met Leica M-vatting, maar het wat grotere publiek werd pas gevonden in 2008, toen Panasonic en Olympus samen het Micro Four Thirds platform introduceerden. Ook andere merken volgden al snel. Het idee achter het ontwerp van de systeemcamera is het ontbreken van de opklapbare spiegel en haar spiegelhuis, waardoor dit soort camera’s kleiner en lichter zijn dan de traditionele digitale spiegelreflexcamera’s. Ook objectieven kunnen kleiner gemaakt worden doordat de afstand tot de sensor kleiner is. Alom voordeel! Toch ondanks het mooie principe van de systeemcamera, kwam het aanvankelijk maar moeizaam van de grond. Zo kon de consument nog niet wennen aan een elektronische zoeker of zelfs het volledig ontbreken van überhaupt een zoeker. Daarnaast bleken de eerste systeemcamera’s traag te zijn in hun autofocus en liet de bediening nog veel te wensen over. Door nieuwe vattingen was ook het aanbod van objectieven nog zeer beperkt. Kortom, er was nog geen duidelijke reden om massaal afscheid te nemen van de alom geprezen spiegelreflex.

En opeens ging het snel

Toen in 2008 zowel Olympus als Panasonic met hun eerste systeemcamera’s kwamen, werd een steeds groter publiek aangesproken. Ook andere merken volgden snel, waaronder Sony met hun succesvolle NEX-series en Nikon met de uiterst compacte J1 en V1. Ook Samsung, Fujifilm, Canon en Pentax traden toe tot de systeemcamera-wereld. Tegelijkertijd met de introductie van veel nieuwe modellen volgden innovaties elkaar in rap tempo op. De snelheid van de camera’s werd hoger, met name de autofocus-snelheid nam absurde snelheden aan en overtrof al snel de snelheid van de traditionele D-SLR. Was daarnaast in de eerste modellen ISO 800 wel ongeveer het maximum voordat hinderlijke ruis optrad, in opvolgende modellen werd de lat steeds hoger gelegd, met hedendaags bruikbare ISO-waarden tot zelfs 6400. De ingezette ontwikkelingen gaan door. Waar het in spiegelreflex-land soms wat stil lijkt te staan, ontwikkelt de systeemcamera zich steeds verder met fantastische nieuwe features. 
Mogelijkheden als 20 frames per seconde (Nikon V3), 5-assige beeldstabilisaties (Olympus E-M5 II / E-M1 II), zeer verfijnde elektronische viewfinders (Fujifilm X-T2) en verbluffende filmmogelijkheden (Panasonic GH-5) maken de systeemcamera’s tot zeer gewilde producten. Zelfs de pro en semi-pro maken steeds vaker de overstap naar een spiegelloos systeem. Vooral nu er ook al full-frame varianten zijn, waaronder de Sony A7-serie. Recente marktcijfers laten zien dat de verkochte aantallen van spiegelreflexcamera’s drastisch zijn gekrompen, terwijl de systeemcamera-markt een geweldig presteert.

De Systeemcamera versus de digitale spiegelreflexcamera

Systeemcamera’s verschillen in een groot aantal opzichten van de spiegelreflexcamera. Opvallend is natuurlijk het kleinere formaat en het lagere gewicht. Doordat de spiegel en het spiegelhuis ontbreken, is een systeemcamera niet voorzien van een optische viewfinder, maar van een elektronische. Ook deze elektronische viewfinders hebben een revolutie doorgemaakt. Van niet heldere, korrelige en trage exemplaren naar scherpe, razendsnelle en heldere oogzoekers. Groot voordeel is dat het zoekerbeeld altijd 100% beeldveld beslaat in tegenstelling tot sommige spiegelreflexcamera’s. De elektronische viewfinder laat al je camera-instellingen realtime zien, evenals de consequenties van die instellingen. Je ziet dus vóórdat je je foto maakt, wat je instellingen doen. Dát is efficiënt fotograferen. Overigens niet alle systeemcamera’s beschikken over een zoeker. Bij sommige fotografeer je via het ingebouwde scherm. 
Een tweede opvallend verschil met spiegelreflexcamera’s is het autofocus systeem. Het contrast-detectiesysteem in de systeemcamera’s heeft een groter bereik dan de traditionele fase-detectiesystemen, die centrum-georiënteerd zijn. Veel testen wijzen uit dat het autofocussysteem in systeemcamera’s inmiddels sneller en accurater is dan de autofocussystemen binnen 
de D-SLR. Ook hebben systeemcamera’s geen last van front- of backfocusproblemen. Veel moderne systeemcamera’s beschikken tevens over 3D tracking, die bewegende onderwerpen scherp in focus houden, zelfs als ze met hogere snelheid dichterbij komen. 
Een pré voor de spiegelreflexcamera is over het algemeen het grote aanbod van objectieven in alle soorten en maten. Echter is de inhaalrace qua aanbod voor systeemcamera’s in volle gang. Een voorbeeld hiervan is Panasonic en Olympus, die voor hun Micro Four Thirds systeem gezamenlijk al meer dan 60 objectieven bieden, van simpele zooms tot voortreffelijke en lichtsterke primes.

Populair

De systeemcamera wint snel aan populariteit. Merken als Fujifilm, Olympus, Panasonic, Sony en Samsung lijken met de dag groter te worden. Fujifilm heeft bijvoorbeeld met de X-T2 een ware pro in huis, net als Olympus, dat met haar OM-D lijn hoge ogen gooit bij de serieuze amateurs en professionals. Ook Panasonic staat serieus in deze groeiende markt. De GH-5 en zijn voorganger, de GH-4, doen met name filmliefhebbers het hart sneller kloppen. Beide camera’s worden zelfs door pro’s gebruikt om complete, professionele films en videoclips te maken.
 De ontwikkeling gaat snel. Heel snel. Innovatie is het toverwoord. En kwaliteit. Steeds meer onafhankelijke testen laten zien dat de systeemcamera’s de spiegelreflexcamera’s overtreffen; steeds vaker in beeldkwaliteit, en zeker in snelheid in autofocus en het aantal frames per seconde.

Het grote publiek begint massaal de systeemcamera te omarmen. Het meesjouwen van zware, logge spiegelreflexcamera’s is men steeds vaker beu. En waarom zou je ook, nu er een gelijkwaardig alternatief is, die hetzelfde kan en kleiner is. De wereld van de camera’s verandert. Systeemcamera’s zijn hot. De digitale spiegelreflexcamera lijkt steeds meer op z’n retour.

::